maandag 25 april 2016

Netwerken en strategische allianties

Ik vertelde al eerder iets over mijn opgedane kennis over Netwerken en strategische allianties in de masterclass van Tias. Nu wil ik delen wat ik leerde over hoe je je netwerk moet samenstellen. Voortbordurend op de stelling dat oplossingen en innovaties vaak niet uit de bekende hoek komen, kijkt men ook bij het samenstellen van allianties of netwerken te vaak binnen de organisaties waarmee je toch al sterke banden hebt. Wil je een bepaald probleem aanpakken/oplossen dan is het slimme om ook organisaties uit te nodigen met wie je 'zwakke' banden hebt. Mocht dat moeilijk zijn om die er bij te betrekken, kun je ook besluiten om op pad te gaan met de 'coalition of the willing'. Als je het proces om tot een alliantie te komen goed doorloopt dan sluiten de 'zwakke' connecties vanzelf aan, of krijg je ideeën aangereikt van je partners of mensen die je er over vertelt, over wie je er nog bij zou moeten betrekken om een bepaalde groep alsnog te bereiken.

Klein beginnen is vaak een goed idee. Een voorbeeld uit eigen praktijk waarbij er niet klein is ingestoken, maar gelijk wel een breed gezelschap is gekozen is het Bondgenootschap Geletterdheid van Kennemerwaard. De ondertekenaars van het eerste uur, uit de hoek van de 'sterke banden' zijn: gemeente Alkmaar, Heerhugowaard, Castricum; collega bibliotheek Heiloo en Langedijk; Vluchtelingenwerk NoordWestHolland; Humanitas NKL; J@r; Leger des Heils. Minder voor de hand liggend, maar ook gelijk betrokken zijn onder andere: Lions; Uitgeverij Kluitman; MCA-Gemini ziekenhuis (nu NoordWest ziekenhuis); De Wering; DNO Doen (De nachtopvang daklozen); Ergotherapie Noord-Holland; Levensverhalen; Stichting ABC; VrouwKracht, GGD Hollands Noorden.

En nog steeds breidt het Bondgenootschap uit, vorig jaar sloten onder andere gemeente Langedijk, Bergen; Stichting Welzijn Castricum; Met Welzijn Heerhugowaard; de Kopgroep Bibliotheken en ROC Kop van Noord-Holland zich aan.

In de praktijk blijkt dat onze taalconsulenten en specialisten op het gebied van bestrijding en voorkoming laaggeletterdheid het meest bereiken door met instellingen aan de slag te gaan die zelf ideeën hebben over hoe ze een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van het probleem. Dat is wat ik onze medewerkers dan ook mee geef. Ga zoveel mogelijk aan de slag met wie willen. De rest kost je energie, en als het niet hoeft, niet aan trekken. Informeer ze wel over waar je mee bezig bent. Als je zorgt voor succes dan haken ze alsnog aan, omdat ze er dan bij willen horen.  En dat werkt negen van de tien keer ;-) Succes heeft vele vaders!

dinsdag 19 april 2016

Weak ties, strong ties: hoe bevorder je innovatieve ideeën?

Vorige week volgde ik een masterclass Netwerken en allianties bij Tias Tilburg. Een leerzame ervaring, waarbij ik in een paar blogs met jullie een aantal geleerde inzichten wil delen.  Een van de eerste dingen die ik leerde bij professor Patrick Kenis was welke netwerken je het best kunt aanspreken als je wilt innoveren of vernieuwen. Ideeën voor vernieuwing haal je het best uit je 'zwakke' verbanden. Onder zwakke verbanden wordt verstaan de mensen die je bv. toevallig op reis tegen komt, via opleidingen met medecursisten van diverse achtergronden of door naar congressen e.d. te gaan buiten je branche.

Waarom kom je makkelijker met nieuwe ideeën in aanraking buiten je gebruikelijke netwerk? Dat heeft te maken met het feit dat die groep mensen andere dingen 'weet' dan je eigen netwerk. Die weten hetzelfde, of bijna hetzelfde als jij. Dus voor nieuwe ideeën moet je ongebruikelijke verbindingen op zoeken.
afbeelding raspberry pi, wikipedia

Een mooi voorbeeld uit eigen ervaring: ca. twee jaar geleden kwam een toenmalig medewerker vragen of hij naar een hackersfesitval mocht, op kosten van de bibliotheek. Ik fronste eerst mijn wenkbrauwen, maar ik hou wel van maffe ideeën. 'Deal', zei ik, 'maar wel in je eigen tijd. Ik betaal de entree, en ik wil na afloop wel weten of je een goed idee hebt gekregen waar we iets mee kunnen.' Op maandag stond hij voor me, superenthousiast. Raspberry Pi, dat was het helemaal. Na twee zinnen was ik kwijt waar het over ging, maar ik heb hem gezegd dat hij het idee maar verder moest uitwerken. Nu hebben we mede door zijn bezoek aan het hackersfestival, (nogal een 'weak tie' ;-) een stevig programma voor scholen en individuele geïnteresseerden om te leren programmeren, van kleuters tot volwassenen, en een community op facebook waarop kennis rondom mediawijsheid, makersbeweging en meer wordt gedeeld. Dus het klopt: voor innovatie moet je buiten je eigen wereldje kijken. Leve de creatieve geesten!

Voor bevestiging, troost en uitwisseling van dezelfde ideeën kun je heel goed binnen je eigen sterke netwerk terecht ;-)

maandag 29 februari 2016

Blij van een training

Onze consulenten van de Bibliotheek op School PO en VO gingen kort geleden met elkaar op training. Begeleid door Huub Purmer van DOCK20 en Stephan de Vilder van Van Nieuwe Waarde gingen ze twee dagen de duinen in om met elkaar te leren, elkaar te enthousiasmeren (voor zover nog nodig ;-), en nieuwe dingen zoals een community op te zetten.

Zie hier hoe die training er ongeveer uit zag. Mooi toch, hoe onze medewerkers elkaar inspireren. Ik word er blij van ;-)

woensdag 24 februari 2016

Trendrede 2016 vertaald naar de bibliotheek

In 2012 waagde ik mij al eens aan het vertalen van de Trendrede naar de bibliotheek. Nu heb ik de afgelopen jaren niet altijd de Trendrede gelezen, dit jaar werd ik door de voordracht van Tom Kniesmeijer aan de VOB leden vergadering toch weer getriggerd. Want er zitten mooie observaties in waar wij als bibliotheek iets mee kunnen of moeten. Hier mijn overpeinzingen bij Trendrede 2016.

De maatschappij in verzet
Uit dit hoofdstuk citeer ik: "Grip is het woord voor 2016. We zijn hem kwijt. We hebben betere toegang dan ooit tevoren tot informatie, mogelijkheden, diensten en producten, maar voelen ons ook betekenisloos en niet ‘in control’" en "Deze zekerheid dragen we mee: het individu, met al zijn dwarsverbindingen en gelegenheidscoalities, is de nieuwe fundamentele bouwsteen van de maatschappij."
Ik zie hier een rol voor de bibliotheek, één die van oudsher bij ons hoort. Duiding geven aan de veelheid van informatie die op ons afkomt. Ik denk dat het hierbij niet alleen maar gaat om het selecteren van (de juiste) informatie, hoewel dat voor bepaalde mensen ook heel waardevol blijft. Het gaat ook om mensen te leren de goede vraag voor zichzelf te leren formuleren. Nieuwsgierigheid aan te wakkeren, nieuwsgierigheid naar anderen, naar andere denkbeelden. En nieuwsgierigheid naar onszelf. Waarom zijn we zoals we zijn, waarom denken we zoals we denken. En zo kunnen we 'het' individu zijn dwarsverbindingen te laten leggen. Want ja, het individu is dan misschien wel de nieuwe fundamentele bouwsteen van de maatschappij, het individu wil ook verbinding leggen en waarde toevoegen aan de samenleving. Daar kan en wil de bibliotheek een platform voor zijn, en de bibliothecaris onderdeel van die dwarsverbinding.

De zoektocht naar grip
"Nu ik de bouwsteen van de samenleving ben, wat is mijn bouwende vermogen? Dat is de vraag die bij deze tijd hoort. We willen gehoord worden, gezien worden en ons een deel voelen van iets gezamenlijks. Wat is mijn betekenis en welke verbinding zoek ik, waaraan kan ik mijn steentje bijdragen? Er gloort begrip voor het andere, de ander. Omdat we inzien dat ons ik niets betekent zonder de ander. Alleen samen krijgen we grip op onze nieuwe wereld. En bouwen we aan onderling vertrouwen."
Zoals ik hierboven al zei, de bibliotheek kan en wil het platform zijn voor de verbinding. Ik hoorde een mooi voorbeeld vorige week van Bibliotheek Het Groene Hart. Een groep studenten vroeg of ze de bibliotheek buiten openingstijden mochten gebruiken als studieplek. De bibliotheek stemde daar graag mee in, blij dat zij gezien werden als goede plek om te studeren. En legde ook een vraag neer bij de studenten: "Wat zouden jullie kunnen doen voor deze gemeenschap, welke kennis of ideeën hebben jullie te delen." Verbinding leggen met je omgeving. Hier in Kennemerwaard die ik dat bij de community Duurzaam Doen. Gestart als aanbodgerichte lezingencyclus rondom duurzaamheid. Nu langzamerhand omgevormd tot een groep betrokken burgers, medewerkers bibliotheek en ondernemers die bereid zijn tijd te investeren om elkaar en hun omgeving te inspireren tot meer duurzaam leven. Wederom de verbinding leggen en met elkaar iets bijdragen aan dat gedeelde ideaal.

Bouwgesprek voor een samenleving
"In 2016 gaan we vanuit persoonlijke betekenis het gesprek aan. Niet om te winnen, maar om het nieuwe in onze samenleving te interpreteren en implementeren. We krijgen grip door begrip. 2016 wordt het jaar van het Bouwgesprek."
In dit hoofdstuk wordt oa gesproken over zelfsturende teams, over hoe je medewerkers eigen verantwoordelijkheid kunt geven. Daar heb ik wel een vraagteken bij. Niet omdat ik onze medewerkers te dom acht, zeker niet. Ik zie wel dat nu wij als bibliotheek in een transitie zitten, het voor veel medewerkers moeilijk is om te vertalen wat dit dan van hen vraagt. De opstellers van de Trendrede stellen dat de comfortzone niet meer veilig is. En dat klopt. Wij als bibliotheek kunnen niet achterover leunen, wachten tot de mensen naar ons toe komen, en alleen maar boeken uitlenen. Toch zie ik dat in discussies met medewerkers dit is wat ze kennen, en de comfortzone nog veilig lijkt.

Binnen Kennemerwaard hebben we gekozen voor meer inzet op onze vier programmalijnen.  Hoe we daar invulling aan moeten geven, dat vinden een aantal medewerkers erg lastig om voor zichzelf te vertalen. De crux in het citaat hierboven zit hem denk ik in het regeltje "We krijgen grip door begrip." Als directeur en leidinggevenden heb je het verhaal al vaak door gedacht, besproken, gepresenteerd. Voor medewerkers in de uitvoering wordt het misschien twee of drie keer besproken en dan wordt er verwacht dat 'ze' het wel even gaan doen. Dus wordt het tijd voor bouwgesprekken, ook binnen ons team. Die zijn gedeeltelijk al bezig binnen de teams en de groepjes medewerkers die bezig zijn met het 'neuzenproject'. Daarnaast gaan donderdag beginnen met een inspiratiesessie voor de leidinggevenden. Hoe snappen we zelf waar we naar toe willen, en kunnen we dat gezamenlijk begrip delen met het hele team, en samen grip krijgen op ons bouwproces voor een veranderde en veranderende bibliotheek? En kunnen we dat daarna dan ook bespreken met de mensen waarvoor we al dat goede werk doen? Ik voorzie heel veel bouwgesprekken......

NB: De cursieve gedeelten zijn citaten uit Trendrede 2016

maandag 15 februari 2016

Een andere blik op de bibliotheek

Vorige week, 9 en 10 februari organiseerden wij onze jaarlijkse thema en discussieavond voor de raadsleden van onze vier gemeenten Alkmaar, Castricum, Bergen en Heerhugowaard. Het thema dit jaar was 21ste eeuwse vaardigheden of 21st century skills. De vorige jaren hadden we laaggeletterdheid, de bibliotheek in het Sociaal Domein en ons nieuw meerjarenbeleidsplan als onderwerp besproken.

Wij steken best veel tijd in het informeren van onze raadsleden over wat wij zien als de rol en taak van de bibliotheek, ook in relatie tot doelen van de gemeenten. Nieuwsbrieven twee keer per jaar, langs gaan bij fracties, ze uitnodigen voor interessante avonden of openingen. En elke keer benadrukken we dat het uitlenen van boeken een middel is en geen doel op zich voor de bibliotheek. Dat de bibliotheek er is om mensen het beste uit zich zelf te laten halen, om mensen vrije toegang te bieden tot informatie, om te zorgen dat mensen kunnen participeren, een leven lang kunnen leren, kortom de 'ouderwetse' volksverheffing hebben we voorop onze lippen liggen. Toch is het beeld van boekenuitleencentrum hardnekkig. En dat begrijp ik ook wel, niet alle raadsleden zijn lid van de bibliotheek, ze hebben allemaal een volle agenda en moeten over heel veel dossiers beslissingen nemen. En in alle eerlijkheid, als je in onze vestigingen komt zie je heus vaak een activiteit, een taal- of tabletcafé of een workshop bij één van onze medialabs. Maar ja, dan moet je wel op het juiste moment binnen komen lopen. Anders zie je mensen boeken lenen, de krant lezen, achter de computer zitten. Kortom, het beeld wordt dan bevestigd. De meeste van onze 'nieuwe' activiteiten vinden ook niet in onze vestigingen plaats, maar daar buiten. Dus veel minder zichtbaar.

Voor ons reden genoeg om ieder jaar een avond te organiseren waarin we een andere kant van de bibliotheek belichten. We hebben altijd een interessante inleiding, een spreker van buiten af. Dit jaar hadden we er zelfs drie. Beide avonden vertelde Rick Koster over zijn ervaringen en bespiegelingen ten aanzien van het onderwijs en de 21ste eeuwse vaardigheden. Daarna werd hij op één avond gevolgd door Robbert Jan Piet, o.a. voorzitter van de Raad van Toezicht van het openbaar basisonderwijs in Alkmaar en oud-wethouder Onderwijs en Cultuur van de gemeente Heerhugowaard. Hij deed zijn visie op de rol van de bibliotheek uit de doeken, en dan vooral in relatie tot het onderwijs. Hij gaf drie belangrijke punten aan waarop scholen heel veel aan bibliotheken kunnen hebben:

1. taal- en schrijfvaardigheden en dan vanuit plezier en creativiteit
2. leerlingen (en ook leerkrachten) helpen om goede zoekstrategieën aan te leren
3. leerlingen helpen om de gevonden informatie te beoordelen op relevantie.

(en dan voegde hij er nog aan toe dat de bibliotheek ook kan helpen om bepaalde culturele achtergronden van taal beter te kunnen duiden, zoals bijvoorbeeld waarom we bepaalde spreekwoorden of gezegden hebben, en wat hun oorsprong is). Hij was zeer tevreden hoe bibliotheek Kennemerwaard de afgelopen jaren met het detacheren van een leesconsulent op een aantal basisscholen echt een verschil aan het maken is in het wegwerken van taal- en leesachterstanden. Een mooi voorbeeld hoe onderwijs en bibliotheek de handen in een slaan.

Daarna volgenden drie korte presentaties van onze eigen Jolanda, Erwin en Marianne die vertelden wat bibliotheek Kennemerwaard doet op het gebied van programmeren, de makersbeweging en internet en sociale media voor ouderen en volwassenen. Daarna volgde onze Leonie die een verkorte versie van haar ouderavond hield. Daarin vertelt ze ouders wat kinderen tegen komen op social media, in kranten op tv op het gebied van seksualiteit. Ze legt uit wat sexting en grooming is, en hoe ouders hun kinderen daar weerbaar op kunnen maken.

Heel fijn moment was dat een altijd kritisch raadslid verzuchtte: "Wat goed dat jullie dit doen".

Op de tweede avond was onze spreker Frans Feldberg, hoogleraar aan de VU in Data Driven Business Innovation. Hij nam ons in een sneltreinvaart mee langs alle ontwikkelingen en mogelijkheden. Voor veel mensen heel veel informatie in een kort tijdsbestek, heel erg interessant. En daarna weer onze mensen met hun presentaties, met deze keer de nadruk op de programmeer en de community rondom de makersbeweging en meer. Dat liet Frans Feldberg opspringen en uitroepen dat dit nou precies is waar ze bij de universiteit op zitten te wachten. Scholing en interesse kweken op jonge leeftijd. En goed dat de bibliotheek het doet, en schande dat we daarvoor om geld moeten 'bedelen'. (Ook heel fijn als iemand anders dat zegt ;-)

Ook aan het eind van deze avond vertrokken raadsleden tevreden en geïnspireerd. "Ik had geen idee dat jullie dit ook deden, dat geeft mij een heel ander beeld van de bibliotheek."

Dat gaf mij een heel tevreden gevoel en trots op onze mensen die onze bibliotheek maken....  en daarna weer de barricaden op ;-)


vrijdag 15 januari 2016

De uitvinding van de Leeszaal; vakliteratuur inhalen

Vorig jaar won, naar mijn idee zeer terecht, "De uitvinding van de Leeszaal" van Maurice Specht en Joke van der Zwaard de Victorine van Schaickprijs voor het beste initiatief en voor de beste publicatie. Nu had ik als deel van de jury wel schuin door het boekwerk heen gelezen, maar tot een diepgaand lezen was het nog niet gekomen. In deze relatief rustige dagen aan het begin van het jaar heb ik tijd om dit meer in detail tot mij te nemen.
www.leeszaalrotterdamwest.nl 

Het is een gedegen boek, waarin vooral de zoektocht naar het opzetten van een burgerinitiatief, sturen en loslaten wordt beschreven. Er zitten een aantal zeer interessante zaken in waar we als bibliotheken veel van kunnen leren. Belangrijk is bijvoorbeeld dat Specht en van der Zwaard stellen dat bij het opzetten van zo'n initiatief er geen betaalde krachten zouden moeten zijn. Want dat dan de verhoudingen in verantwoordelijkheden wijzigen. Maar is er een tussenvorm mogelijk? Dat is spannend om te onderzoeken. In Kennemerwaard hebben we bij twee van onze projecten hiermee geëxperimenteerd. Bij Dag en Dauw, een project gericht op cultuurparticipatie door en voor ouderen, hebben we in krap een jaar tijd in sneltreinvaart een traject doorlopen van sturen naar faciliteren naar loslaten. Waar onze medewerkers van Artiance en bibliotheek aan het begin heel erg sturend optraden, bleek al heel snel dat de vrijwilligers meer en meer oppakten, en met plezier. De les van dit project is dat vrijwilligers heel graag zelf zaken op pakken, en dat het fijn is als er een professionele achtervang is om in te kunnen springen in geval van ziek, zwak en zeer. Er lijkt toch een vorm van burgerparticipatie te zijn waarbij vrijwilligers alles zelf willen en kunnen doen, mits er een professionele achtervang aanwezig is.

Bij het project Duurzaam Doen zijn we eerst gestart met een lezingencyclus, passieve betrokkenheid van de bezoekers die komen om te luisteren naar een interessante spreker. Daarna wilden we kijken of we de ambitie hoger konden leggen, meer betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor een gedragswijziging, of bewustwording op gang konden brengen. Ook hier een zoektocht naar hoe je verantwoordelijkheden belegt. Onze medewerkers die betrokken waren bij het project hebben uiteindelijk de keuze gemaakt om op basis van gelijkwaardigheid met een groep van betrokken inwoners/bezoekers aan de slag te gaan. Dus in hun vrije tijd organiseerden zij thema-avonden. (Dat is overigens hun eigen keuze geweest, niet opgelegd door management of directie). Zij stelden zich daarmee op het zelfde niveau als die betrokken bewoners die iets wilden bijdragen aan de programmering. Uiteindelijk was er voor alle mensen die iets bijdroegen wel een kleine vergoeding, maar het stond niet in verhouding tot de tijd die men er in stopte. (In vergelijking tot hoe het zou zijn als we 'gewoon' een offerte zouden hebben gevraagd aan de zzp'ers en onze eigen mensen op uurbasis zouden hebben ingezet). De inzet was op basis van een intrinsieke motivatie om hier iets moois met elkaar te ontdekken, de kracht van samen ergens voor gaan. Ik vind het spannend hoe dit voort zal gaan, kunnen we dezelfde kracht blijven aanspreken bij onze medewerkers (die natuurlijk wel gewoon een salaris krijgen voor het 'normale' werk dat ze doen) en die betrokken burgers en zzp'ers?
Hebben Specht en van der Zwaard gelijk, of zijn er ook tussenvormen mogelijk? Voor Duurzaam Doen gaan we dat in 2016 uitvinden, omdat het geld en de uren die ervoor beschikbaar zijn minder zijn dan in 2015, en de ambitie inmiddels hoger ligt....

In het hoofdstuk "Publiek Domein" vertellen Van der Zwaard en Specht onder andere over hoe tijdens openingstijden er ook activiteiten plaats vinden. Iets waar we in Kennemerwaard in verschillende vestigingen al een paar jaar mee bezig zijn. Iets wat de nodige discussie oproept onder medewerkers en bezoekers. Iets waarvan wij vinden dat het juist ons werk transparanter en inzichtelijker maakt, en het veel makkelijker maakt om onverwachte ontmoetingen en ontdekkingen mogelijk te maken. Omdat bezoekers ineens met een activiteit van/in de bibliotheek kennis maken en verrast kunnen worden. Dat gebeurt niet als je alles buiten openingstijden of achter gesloten deuren organiseert. Mooi om te lezen dat ook bij Leeszaal West deze filosofie wordt aangehangen. Mooi dat ook zij de spanning wel voelen die dat met zich meebrengt.

Er zijn ook best een aantal kanttekeningen bij het initiatief en het boek te plaatsen. Er wordt door de schrijvers gezegd dat gesubsidieerde instellingen te strak zich moeten houden aan de regels van de overheid die hen subsidieert. Daar ben ik het niet helemaal mee eens. Natuurlijk is het zo dat je met de jouw subsidiërende overheid afspraken maakt over wat je zou moeten bereiken. Maar over het hoe gaat een overheid niet, dat is aan jou. En je hebt als (in ons geval dan) bibliotheek echt wel manoeuvreerruimte. Dan gaat het er om hoe je je verhaal verteld en ook de kracht van de herhaling van je boodschap. Dan blijkt vaak dat als je gewoon aan de slag gaat, en niet om extra geld komt, een gemeente dit waardeert als blijkt dat jouw initiatief bijdraagt aan samenhang in een wijk, aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.

Intern hebben wij hier al aan paar keer gediscussieerd of het mogelijk is om inwoners meer bij de bibliotheek te betrekken, ook zonder dat er een draconisch besluit als sluiting van een vestiging aan vooraf gaat. Van der Zwaard en Specht geven beiden aan dat het hebben van een ontmoetingsplek in een dorp of wijk van wezenlijk belang is voor burgerparticipatie. Dus als bibliotheek zou je heel erg hard na moeten denken of je niet op een andere manier vestigingen open kunt houden als je met grote bezuinigingen wordt geconfronteerd, of als je je menskracht wilt gaan inzetten op ander zaken dan het proces van uitlenen. Dat is een vraag die ons in Kennemerwaard ook voortdurend bezig houdt. Dan is dit boek over Leeszaal West een mooie handleiding. Belangrijkste les die ik uit het boek heb gehaald is dat Leeszaal West zich richt op het bieden van concrete hulp bij het realiseren van ontwikkelingswensen van inwoners van hun wijk. Dat doen ze door vrijwilligers met elkaar in contact te brengen, als het al niet spontaan gebeurt, en hebben ze een budget om daar waar nodig externe vakmensen in te huren. Dat kunnen natuurlijk ook heel goed onze eigen vakmensen zijn denk ik dan. Voor de uitvoering van onze programmalijnen "Participatie en Zelfredzaamheid" en "Een leven lang leren" zouden wij binnen Kennemerwaard wel eens heel veel aan de lessen van Leeszaal West kunnen hebben.





maandag 11 januari 2016

Nieuwjaarstoespraak voor onze medewerkers

Het was me het jaar wel, 2015. Een jaar waarin we heel wat hoogtepunten te vieren hadden, maar ook een jaar waarin zware beslissingen vielen. 2015 was het jaar waarin we begonnen met de uitvoering van ons meerjarenbeleidsplan. Dat had onder andere tot gevolg dat het besluit viel om te reorganiseren in onze backoffice. Daardoor zijn er twee gedwongen ontslagen gevallen. Geen gemakkelijk besluit en we zullen Frank en Peter beiden missen als lid van ons team.

2015 was ook het jaar van uitbreiding, vernieuwing en verandering. Ik noem maar een paar hoogtepunten: de herinrichting van De Mare, de verhuizing naar de Brede School in de Rijp, de start van 5 bibliotheken op school in De Schermer, de opening van het servicepunt in Schermerhorn, de opening van het servicepunt in Egmond aan Zee en ook 5 bibliotheken op school in de Egmonden. De nominatie voor de beste bibliotheek met Overdie, de nominatie voor de IVI- award en de toekenning van projectgeld voor de ontwikkeling van de Stadsambassade door de Innovatieraad.

2016 wordt het jaar van verdere doorontwikkeling en reorganisatie. Nu zal de focus vooral op de frontoffice liggen. Dit voorjaar gaan we bezig met het verder uitwerken van onze plannen. Daarin zullen jullie natuurlijk ook meegenomen worden. Ik wil nadrukkelijk hier melden dat de reorganisatie van de publieksdiensten niet met gedwongen ontslagen gepaard hoeft te gaan. Ik kan het niet uitsluiten, maar iedereen krijgt de kans om mee te gaan in de veranderingen. Je krijgt de kans je bij te scholen en je te bekwamen daar waar nodig om mee te helpen uitvoering te geven aan ons meerjarenbeleidsplan en de vier programmalijnen. Jullie zijn zelf aan zet als het om je doorontwikkeling gaat! En ik heb er alle vertrouwen in dat jullie dat kunnen. 


Dat de wereld om ons heen verandert is niet nieuw. Dat er andere dingen van ons gevraagd worden als bibliotheek is ook niet nieuw. Dat de druk op de bibliotheek en het bewijs van onze maatschappelijke waarde wordt opgevoerd is ook niet nieuw. Ik denk dat wij als bibliotheek Kennemerwaard de afgelopen jaren aan onze gemeenten telkens duidelijk hebben kunnen maken wat we doen, en vooral waarom we het doen en wat dat bijdraagt aan de lokale samenleving. En toch is dit werk nooit af. We zijn met z’n allen ambassadeurs van de bibliotheek. Samen zijn we de beste reclame van waar Kennemerwaard voor staat.

De wereld om ons heen staat in brand. Hier in Nederland, in Heerhugowaard, Alkmaar, Bergen en Castricum komen vluchtelingen in opvangcentra’s en azc’s. Een digitaliserende overheid plaatst burgers die niet zo digitaal vaardig zijn aan de buitenkant, en de groep van 1,3 miljoen laaggeletterden heeft heel veel moeite om zichzelf staande te houden in de maatschappij. En dan heb ik het nog niet over de verharding van de samenleving. Het verschijnsel dat een discussie vaak niet meer is dan het uitwisselen van standpunten, de overtuigdheid van het eigen gelijk, waarbij de nieuwsgierigheid naar de ander het kind van de rekening is geworden. Op het moment dat we niet meer nieuwsgierig zijn naar elkaar, als we denken te weten hoe die ander ons moet respecteren zonder dat we daar zelf inspanning voor willen doen, dan dreigt onze samenleving te verworden tot een barre woestijn waarin alleen dappere nomaden tussen de oases van het eigen gelijk heen en weer durven te trekken om daar ideeën en denkbeelden op te halen en uit te wisselen.

De bibliotheek, wij, de medewerkers van de bibliotheek, wij moeten staan voor het uitwisselen van ideeën. Wij staan voor de mogelijkheid om ieder mens het beste uit zichzelf te laten halen. Dat kan alleen als we nieuwsgierigheid bevorderen en uitlokken.  Als we mensen uitdagen om dwarse gedachten te hebben, ook al sporen die niet met de onze. Als we creativiteit voeden, en  mensen bij elkaar brengen en ze nieuwe dingen te laten ontdekken. Dat hebben we het afgelopen jaar laten zien, en dat gaan we ook in 2016 doen. Ik ben er van overtuigd dat, hoewel de bibliotheek af en toe onder vuur ligt, wij als Kennemerwaard duidelijk maken dat we er toe doen, dat wij een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze samenleving en dat wij ruimte bieden aan het individu dat zichzelf wil ontwikkelen. Onkruid Vergaat Niet, dat is de idee van de bibliotheek, als een metafoor van blijvende standvastigheid. Het is de basis van de bibliotheek en ik ben er zeker van dat Kennemerwaard als onkruid prachtig zal blijven bloeien.

 (En daar heb ik een gedicht bij van Ida Gerhardt.)
"LOF VAN HET ONKRUID

Godlof dat onkruid niet vergaat.
Het nestelt zich in spleet en steen,
breekt door beton en asfalt heen,
bevolkt de voegen van de straat.

Achter de stoomwals valt weer zaad:
de bereklauw grijpt om zich heen.
En waar een bom zijn trechter slaat
is straks de distel algemeen.

Als hebzucht alles heeft geslecht
straalt het klein hoefblad op de vaalt
en wordt door brandnetels vertaald:

`gij die millioenen hebt ontrecht:
zij kòmen - uw berekening faalt.'
Het onkruid wint het laatst gevecht."