vrijdag 18 april 2014

Verbouwen met de winkel open deel 2

Op 8 april hadden we in Kennemerwaard onze tweede denksessie over het nieuwe beleidsplan dat 2015 in moet gaan. Ik vertelde jullie al eerder over de eerste sessie. Op 8 april kwamen de vier werkgroepen bij elkaar om hun denkbeelden te delen. Zij hadden ieder een verhaal gemaakt dat klopte, als je het hoorde voelde je je gelijk aangetrokken tot dat scenario. Zowaar een mooi resultaat, want het waren vier verschillende scenario's. Eén van consolideren, dus doen wat we altijd al deden met kwaliteit. Twee verbeteren, de dingen die we nu doen beter maken en beter doen. Drie Inspireren: meer met de burgers samen doen, kennis creëren, burgers vragen hun kennis te delen. En vier Transformeren: de bibliotheek wordt meer een coöperatie-achtig bedrijf, we zijn er van en voor de burgers. Burgers wordt gevraagd mede-eigenaar zijn op onderdelen, bibliotheek levert op die onderdelen waar ze het maatschappelijk verschil kan maken zelf mensen, op onderdelen waar dat niet zo is worden juist burgers ingezet omdat zij het beter kunnen. We zijn in scenario 4 een bibliotheek van tegenstellingen geworden. Rust versus reuring, waarheid versus leugen, antwoorden versus vragen.

We werden allemaal ongelooflijk enthousiast van elkaars verhalen. Kritische vragen over en weer, wat bedoel je hier mee, hoe gaan we dat dan doen? Vooral heel veel waardering voor elkaars denkkracht en zin om aan de slag te gaan. Jaap Peters, die ons opnieuw begeleidde, gaf ons een aantal opdrachten om ter plekke uit te werken. Zoals wat het uitvoeren van de scenario's betekent voor: collectie, collectieve ambitie, sturingsfilosofie, financiën, personeel, verdienmodel, marketing en PR, ICT. We kwamen tot de conclusie dat het uitvoeren van het ene scenario heel andere gevolgen heeft bijvoorbeeld voor de aansturing, voor collectie en voor personeel dan een ander scenario. Best lastig. Want de gedachte is dat alle vier de scenario's geldig zijn. We voeren zaken uit in scenario 1 tot en met 4. De nadruk ligt nu nog bij 1 en 2, maar we staan al met een halve voet in 3 en doen al voorzichtige vingeroefeningen in 4. Het is een puzzel waarvan de stukjes in elkaar grijpen.

Jaap gaf ons mee dat het belangrijk is om in ieder geval ook na te denken over wat hij noemt "geen spijt beleid". Daarmee bedoelt hij dat we nu al iets moeten gaan oppakken met elkaar (al dan niet in kleine groepjes) dat ons heel erg aanspreekt. Waarvan we denken dat het zonde zou zijn om het niet op te pakken. En we moeten nadenken over wat er in elk scenario zit dat zo waardevol is dat het te goed is om te verliezen. Het is meestal ook iets wat je in een ander scenario kunt hergebruiken of opnieuw kunt inzetten. Dat wordt een leuke klus! Nu gaan we tot de zomer met elkaar de boer op. Het managementteam gaat de vestigingen langs, de voor onze medewerkers inmiddels bekende 'roadshow' (met zelfgebakken cake door de directeur als lokkertje ;-). We gaan ook in gesprek met de raadsleden en wethouders, om hun input en visie te krijgen op onze ideeën. En de medewerkers die betrokken waren bij de eerste twee sessies hebben de uitdaging opgepakt om alleen of in kleine groepjes ook te gaan praten met mensen uit hun netwerk over die aankijken tegen onze scenario's. Nu gaan we dus eerst verzamelen om straks met een rijke oogst aan input een goed plan te hebben voor de komende vier jaar.

maandag 7 april 2014

Een Turks avontuur

In februari ontving ik een bericht via LinkedIn van een Turkse bibliothecaris. Of ik wilde spreken op het 50ste bibliotheekcongres in Ankara begin april. Of ik iets over de toekomst van bibliotheken wilde vertellen en iets over de bibliotheken van de toekomst. Ik was verrast en voelde me ook vereerd. Dat overkomt je toch niet dagelijks dat je gevraagd wordt om in het buitenland te spreken. Ik heb het wel eens eerder gedaan, daar niet van. Maar dat was vanuit de EBLIDA, omdat onze vergadering samenviel met een congres in dat land. Dat is toch anders dan rechtstreeks benaderd te worden.

Ik checkte mijn agenda, ja ik kon, en ik antwoordde dat ik graag kwam en me vereerd voelde. En ik stelde nog wat praktische vragen over de vliegreis, visum, hotel etc. Daarna..........stilte..........
Geen antwoord op mijn bericht op LinkedIn. Zou het niet meer hoeven, hadden ze een andere spreker gevonden? Inmiddels was het maart en nam de druk op de eerste dagen van april qua agenda toe. Nog maar eens een mail gestuurd via LinkedIn. Weer geen bericht.

Toen na een week, vanuit Turkije een bericht. Of ik nou kwam of niet, ze hadden nog steeds niets gehoord. Vreemd. Dus weer geantwoord dat ik graag kwam. Daarna weer stilte........
Na nog een paar dagen kreeg ik ineens een rechtstreekse mail van mijn Turkse collega. Niet via zijn werkadres, niet via LinkedIn maar via gmail. En mijn antwoorden kwamen toen ineens aan.  

Ik heb toen voorgesteld elkaar maar even te bellen, en dat gebeurde. Kortgesloten wat de bedoeling was, dat het hotel geregeld zou worden, dat ik zelf mijn ticket moest boeken (of ik dat dan wel via Turkish Airlines wilde doen, goed voor de Turkse economie ;-), ik zou op het vliegveld opgehaald worden als ik mijn vluchtgegevens doorgaf, en een link naar een website om mijn visum te regelen. Fijn, even een stem te horen zodat je van gedachten kunt wisselen, en gelijk het telefoonnummer opgeslagen in mijn mobiel.

Afgelopen dinsdag, ja 1 april, reisde ik af naar Ankara. Met een overstap in Istanbul zou ik rond een uur of half elf 's avonds aankomen in Ankara. Presentatie mee op een USB stick, en op het laatste moment ook nog even het adres van het hotel op een briefje geschreven. Je weet tenslotte maar nooit. De reis verliep voorspoedig. Ach ja, het gebruikelijke gedoe met de veiligheidscontrole waarbij ik me altijd in moet prenten dat het voor ons aller veiligheid is. En dan op het vliegveld in Ankara.....drie keer de aankomsthal doorgelopen. Heel veel mannetjes met een bordje voor zich, maar niemand met een bordje met mijn naam. Geen mannetje met een bordje 'kutuphane', niets. Buiten bij de taxi's ook genoeg mannetjes met een bordje, maar mijn naam staat er niet bij. Ik bel het telefoonnummer van mij contactpersoon en krijg het geluid van een piepende fax aan de andere kant. Hm, zou ik in een dure 1 april grap beland zijn?  Zo blij dat ik wel het adres van het hotel heb opgeschreven. Ik pak een taxi. 

In het hotel wordt mij gelijk gemeld dat ik verwacht word. Er is een kamer op mijn naam geboekt. Gelukkig! Ik vraag waar de volgende dag het congres plaats zal vinden. De jongeman van het hotel weet het niet. Ik vraag of er iemand van de organisatie is, hij zegt van niet. Ik vraag of hij weet hoe laat ik morgen ergens moet zijn.... Ja gelukkig gaat er een lampje branden. Er zal morgen een busje klaar staan om 9.00 uur die me naar de congreslocatie zal brengen. Enigszins gerustgesteld zoek ik mij kamer op en ga naar bed.

De volgende ochtend aan het ontbijt hoor ik ineens 'Ha Erna'. Ingrid Bon, collega uit Gelderland blijkt ook uitgenodigd te zijn, als lid van IFLA.  Er blijken toch nog wat meer Europeanen uitgenodigd te zijn. 

Het congres die ochtend gaat verder prima.  Professioneel met simultaan tolken. Alle deelnemers aan het congres krijgen een headset zodat wat er op het podium gezegd wordt ook gelijk wordt vertaald. Mijn presentatie over onze visie op bibliotheekwerk en praktijkvoorbeelden van Kennemerwaard worden met interesse gevolgd. En naderhand volgen een aantal positief kritische vragen.  Over hoe wij omgaan met collecties voor immigranten, of laaggeletterde immigranten het grootste probleem is in Nederland, of we speciale opleidingen hebben voor jeugdbibliothecarissen voor bijvoorbeeld ons project 100 talenten.


Tussen de middag werd er een leesevenement georganiseerd. Overal in de stad werd in het openbaar gelezen. Ingrid Bon en ik werden meegevraagd, dus daar zaten we even later. In een park, in de zon, met allemaal lezende mensen om ons heen. Ingrid met haar IPad, ik met mijn taalgidsje "Hoe en wat in het Turks" ;-)




Naderhand krijg ik de nodige complimenten van een aantal Turkse collega's, en als kers op de taart natuurlijk de gegraveerde glazen plaquette namens de Turkse minister van cultuur en toerisme. Kom daar maar eens om in Nederland ;-) 

In de korte gesprekken die ik daarna met de Turkse collega's heb valt me op dat zij minstens zo bevlogen zijn als veel van ons in Nederland. Dat ze op sommige punten een grote stap voorwaarts willen maken door gelijk over te gaan op digitaal lezen. Dit terwijl de beschikbaarheid van gedrukte boeken lang niet overal geregeld is. Hier is toch nog vaak schaarste op het gebied van de mogelijkheid om te kunnen lezen, omdat de collecties van boeken in bibliotheken vaak klein zijn en mensen thuis lang niet altijd boeken hebben. Turkije heeft procentueel veel meer laaggeletterden dan Nederland. En het land kent niet een volledige toegang tot informatie, geen volledige persvrijheid, afgelopen weken had de overheid toegang tot Twitter en YouTube geblokkeerd. Er werd overigens wel gegrinnikt toen ik in mijn presentatie iets zei over Twitter. Er werd driftig op instagram gedeeld met de wereld over wat er op het congres gebeurde.  Het is een land waarvan een gedeelte Koerdistan is, en waar af en toe geweld oplaait. Daar voert de Turkse overheid een beleid van Turkificering, of op zijn minst wordt het Koerden niet gemakkelijk gemaakt hun eigen taal en cultuur te beleven en te spreken. Dat roept geweld op in die regio. Over die situatie spraken Ingrid Bon en ik met een Turkse collega, een heel erg moeilijke situatie. Hoe blijf je dan trouw aan de principes van de doelstellingen van de bibliotheek? 

Wij in Nederland vergeten wel eens te gemakkelijk welke verworvenheden we hebben. Relatieve rijkdom, waardoor ook veel politici denken dat alles er voor iedereen is, al dan niet via internet. Vrije toegang tot informatie, cultuur en educatie. En dat laatste, de educatie is meer en meer de rol van de bibliotheek aan het worden. Mensen, burgers ondersteunen en uitdagen om zichzelf te ontwikkelen en het beste uit zichzelf te halen om daarmee bij te kunnen dragen aan de maatschappij. Een bezoek aan een land waarin dat een stuk minder makkelijk is zet je met beide benen op de grond. Onze democratische verworvenheden mogen we niet zomaar verkwanselen. Dat zouden (lokale) politici zich ook moeten realiseren.

woensdag 26 maart 2014

Waar is lobbyen in Europa goed voor?

Soms vragen mensen mij wel eens wat de EBLIDA precies doet, en of het niet vooral een leuk baantje voor erbij is. Bij het eerste hoop ik zo een voorbeeld te geven van wat EBLIDA doet, vaak in samenwerking met andere internationale organisaties, en welk een monnikenwerk dat is. En op het tweede, ik ben er gemiddeld een halve dag per week mee bezig om mee te denken, zaken voor te bereiden, op de mail met ander Europese collega's van gedachten te wisselen over de te volgen koers. Allemaal werk achter de schermen. En ja, drie keer per jaar vergaderen op locatie die als je er een paar dagen aan vast kunt plakken na de vergadering niet misstaan op je reis cv. Dat is dan een leuke beloning voor al dat harde werk ;-)

Maar nu het voorbeeld: een meeting die op 20 maart van dit jaar plaats vond. IFLA en Copyright 4 Creativity coalitie organiseerden een ontbijtdebat met EU parlementariërs. Hiervoor was ook de directeur van de EBLIDA, Vincent Bonnet uitgenodigd. Onderwerp van de discussie was of er voldoende balans zit in de bestaande internationale en EU copyright regels en wetgeving in relatie tot de toegang tot informatie, research en innovatie, en de noodzaak om makers, rechthebbenden  te beschermen.

Dit debat werd mede voorgezeten door onder andere Europarlementariers uit Zweden en Nederland. Er waren sprekers uit diverse hoeken onder andere de directeur Intellectual Property Directorate, van de European Commission DG MARKT, Digital Projects & Policy. Een zware afvaardiging dus van diverse belanghebbenden.

Het debat kwam op een opportuun tijdstip, want de Europese commissie is bezig de 11.000 reacties op de internetconsultatie over het Europees Copyright te verwerken en te beoordelen. Eén van de EU parlementariërs startte het debat door vragen te stellen over hoe de huidige (regionale en internationale) regelgeving op het gebied van copyright bibliotheken hinderen in de brede context van een gezonde en digitale economie. Er was besef dat met de huidige regelgeving het lastig is om vrij verkeer van informatie over EU grenzen heen te realiseren. Dit is in strijd met de EU waarden en ambities, en het staat op gespannen voet met de sterke EU traditie van het initiëren van nieuwe technologieën en activiteiten om vrije stroom van informatie mogelijk te maken.  Er werd gesproken over de uitdagingen voor met name de universiteits- en onderzoeksbibliotheken om hun internationale wetenschappers over grenzen heen van de juiste informatie te kunnen voorzien. Dit is hoogstnoodzakelijk om als kenniseconomie een toppositie in de wereld in te kunnen nemen.

De directeur van de EBLIDA heeft in dat overleg uitgelegd met welke uitdagingen bibliotheken te maken hebben, met name op het gebied van digitale content en e-books. De lastige onderhandelingen over licenties. waarbij uitgevers kunnen bepalen hoe de collectie van bibliotheken er uit zien. Dat het voor openbare bibliotheken steeds moeilijker wordt om hun missie waar te maken, want hoe kunnen zij vrije toegang tot informatie bieden als zij niet meer alles kunnen verkrijgen, of tegen een hoge prijs. Er werd een stevig beroep op de Europarlementariërs gedaan om niet alleen vanuit een 'marktgedachte' naar informatie te kijken, maar ook vanuit een democratisch burgerrecht dat noodzakelijk is om aan de democratische burgerplicht van participatie te kunnen voldoen.

Al met al heeft er een levendige discussie plaats gevonden over de uitdagingen waar bibliotheken, openbaar en wetenschappelijk, en culturele erfgoed organisaties voor staan in de digitale wereld, en welke tekortkomingen er zijn van een puur op de markt gerichte beleidsaanpak als het gaat om wijzigingen in de copyright wetgevingen.

Natuurlijk zijn we er nog lang niet, er moet veel gepraat worden, veel gelobbyd. Ondertussen moeten er in de landen van Europa modellen uitgeprobeerd worden waarbij er licenties van uitgevers worden gekocht voor het uitlenen van e-books. Bibliotheken moeten hun verhaal nationaal, Europees en internationaal voor het voetlicht brengen, vanuit het belang van de burger. Uitgevers doen dat net zo goed, vanuit hun belang. Het zou mooi zijn als we tot een goed model komen in Europa dat recht doet aan de belangen van burgers (en daarmee dat van bibliotheken), voor de kenniseconomie, voor uitgevers, voor makers en rechthebbenden. Dat is hard werken, met name voor de directeur van de EBLIDA.

Op 23 april is de start van de campagne "The right to eread", je kunt er in je lokale bibliotheek ook aandacht aan besteden. Check de website van de EBLIDA, en let op de website en nieuwsbrief van de VOB.

vrijdag 7 maart 2014

Verbouwen met de winkel open

Vorige maand zijn we begonnen met de contouren voor ons nieuwe beleidsplan. In een sessie met onze accountmanagers, beleidsmedewerkers, leden van het managementteam, teamleiders hebben we de eerste stappen gemaakt naar nieuw beleid. We hebben ons eerst door Jaap Peters mee laten nemen in hoe ontwikkelingen in de maatschappij gaan. Er is altijd sprake van een bovenstroom en onderstroom. Dingen die je misschien al wel aan ziet komen, maar die nog niet heel erg opvallend zijn, dat is de onderstroom. Early adapters en innovators zien die ontwikkelingen al wel, maar de meerderheid heeft er een sceptische houding over. De bovenstroom daarvan denkt de meerderheid dat het allemaal wel zal blijven, dat het doemdenkers zijn die zeggen dat bijvoorbeeld de bibliotheek op zal houden te bestaan. Jaap schreef daar een interessant artikel over samen met Rob Wetzels, over hoe de verandering er eerder is dan de strategie. Het is de kunst om de verandering te zien en daar dan een strategie of scenario op te bedenken die past bij je organisatie.

Vervolgens hebben we ons door Mark Deckers laten meenemen in de ontwikkelingen in bibliotheekland soms ontzettend demotiverend ;-) en  vaak heel motiverend en in de maatschappij om ons heen, heel inspirerend. Met die mentale bagage zijn we aan de slag gegaan. We hebben twee scenario's uitgewerkt van de bovenstroom en twee van de onderstroom. Dat gaf resultaten in kwadranten rond de assen  van oud doen, oud denken, nieuw doen en nieuw denken. De werkgroep die met de resultaten van die middag aan de slag ging hebben eerst de assen van nieuwe aanduidingen voorzien. Vervolgens is de lijst met associaties per kwadrant die in de bijeenkomst tot stand kwam bestudeerd. De werkgroep is met een kernwoord per kwadrant gekomen, alsmede  met  een verbeelding die moet verduidelijken waar het in het betreffende kwadrant om gaat. Onderstaand is de uitkomst schematisch weergegeven en per kwadrant uitgewerkt.

































Kwadrant 1. oud doen/oud denken
verbeelding:  ‘oude wijn in oude zakken’
kernwoord: consolideren
associaties uit de workshop: Bijbel/boeken/old fashion/folders/kennis uitlenen/oude stempel/aanbod

Kwadrant 2. oud denken/nieuw doen
verbeelding: ‘oude wijn in nieuwe zakken’
kernwoord: verbeteren
associaties uit de workshop: Wie heeft mijn kaas gegeten?/e-reader/ nieuw jasje/mensenbibliotheek/social media/verbinding/kennis verdelen/inspiratie

Kwadrant 3. oud doen/nieuw denken
verbeelding:  ‘nieuwe wijn in oude zakken’
kernwoord: inspireren
associaties uit de workshop: Game of Thrones/ Little Free Library /vintage/kennismaken/ ?/uniform

Kwadrant 4. nieuw  doen/nieuw denken
verbeelding:  ‘nieuwe wijn in nieuwe zakken’
kernwoord: transformeren
associaties uit de workshop: Utopia/connectie/couture/faciliteren/kennis maken/co-creatie

Op 8 april gaan we verder met de ideeën. Maar voor die tijd ligt er eerst huiswerk voor vier groepen, die elk een scenario moeten uitwerken. Iedere groep schets in een verhaal van ongeveer 500 woorden met bijbehorende plaatjes/beelden hoe dat kwadrant er voor de bibliotheek in 2020 uit ziet. Het verhaal moet zo geschreven zijn dat je het gelijk gelooft en dat je er enthousiast van wordt. Er komen dus voor 8 april vier verhalen (met plaatjes en beelden) de de input vormen voor die volgende bijeenkomst.
Tijdens die bijeenkomst gaan we aan de slag om de consequenties per scenario te bespreken en in kaart te brengen. Lekker, werken aan de winkel van de toekomst terwijl de winkel van nu open blijft. En ik mag met nieuwe wijn in nieuwe zakken aan de gang. Ik zie een nieuw soort Beaujolais al flonkeren in het glas ;-)

maandag 24 februari 2014

Haantjesdrift ;-)

In de ronden die we afgelopen jaar met jaar langs diverse raadsfracties hebben gemaakt valt me keer op keer op dat bijna niemand zich realiseert hoe groot het bereik van de bibliotheek is. Politici , beleidsambtenaren, vrienden, familie, op verjaardagen, feesten, partijen, heel vaak krijg je te horen dat de bibliotheek toch niet meer van deze tijd is. Dat het een aflopende zaak is, dat niemand toch meer de bibliotheek bezoekt? Alles kan toch digitaal en meer van dat soort platitudes. Vorig jaar nog, toen we hier in Alkmaar aan het Cultuurplein bezig waren met een gezamenlijk marketingplan en we onze bedrijfsgegevens moesten doorgeven. De marketingmedewerker van één van de andere instellingen viel ongeveer van haar stoel van verbazing. Echt waar? meer dan 300.000 bezoekers in de vestiging hier aan het Canadaplein? Ja echt waar!
Elke keer verwonder ik me er over hoe het toch kan dat niemand weet hoe groot de bibliotheek is, en hoeveel mensen zij bereikt, en wat zij allemaal voor mensen betekent. Het moet onze bescheidenheid zijn, onze instelling dat we gewoon ons ding doen, dat we dat ook vanzelfsprekend vinden. En zo kan het voorkomen dat je over het hoofd wordt gezien:

Op 14 februari stond er onderstaand bericht in het Noord-Hollands Dagblad over de cultuurmakelaar.


Daar stond het weer eens: de drie grootste culturele instellingen in de regio. Het theater, stedelijk museum Alkmaar en Kranenburgh in Bergen. Alle drie instellingen van naam en faam, met een eigen bereik. Maar geen van allen de grootste in de regio. En toen ben ik in de pen geklommen en heb de krant de volgende brief gestuurd, die vandaag geplaatst is in het Noord-Hollands Dagblad.

Bibliotheek geen culturele instelling? Of: Wie is de grootste?

Afgelopen vrijdag stond in de krant een interview met Karin Geelink, de cultuuraanjager voor de regio Alkmaar. Daarin stond een prikkelende uitspraak, waarin zij meldde dat ze werkt voor de drie grootste culturele instellingen van de regio: Theater de Vest, Stedelijk Museum Alkmaar en Kranenburgh. Nu ben ik benieuwd waaraan Karin Geelink dat afmeet. Aantal vestigingen, begroting, bereik onder de bevolking, aantal bezoekers? Bibliotheek Kennemerwaard heeft 12 vestigingen, werkt voor 4 gemeenten in de regio (Alkmaar, Heerhugowaard, Castricum en Bergen), bereikt ca. 50-60 % van de bevolking, ongeveer 25% van de bevolking heeft een lidmaatschap, trekt in al haar vestigingen meer dan 900.000 bezoekers per jaar. Ter vergelijking voor de genoemde collega-instellingen: De Vest: 150.000 bezoekers, Stedelijk museum: 50.000 bezoekers, en Kranenburgh, net heropenend, haalde in hun beginjaar 20.000 bezoekers en streeft naar 47.000 bezoekers in 2017. Ik wil ook onze collega-instelling Artiance met 42.000 bezoekers en 28.000 bereikte leerlingen in het onderwijs hier niet onvermeld laten. Met deze culturele instellingen en met nog veel meer in de regio werkt de bibliotheek gelukkig goed samen, en ook met de cultuuraanjager is de eerste afspraak al gemaakt voor samenwerking. Het kan zijn dat Karin Geelink de bibliotheek geen culturele instelling vindt, of dat ze niet goed is voorgelicht. Maar ik durf de stelling wel aan dat de bibliotheek de grootste culturele en/of publieke instelling is in de regio!

Vanaf vandaag ben ik klaar met bescheidenheid, een mooie deugd, maar niet als het gaat om de bibliotheek. Groots zijn we, met een heel groot bereik, van jong tot oud, van rijk tot arm, tot leringh ende vermaak, we geven ze een mooie vrijetijdsbesteding, we maken mensen wijzer, en daar zijn we vreselijk trots op! Vanaf vandaag zal ik van de daken roepen tot het tegendeel bewezen wordt: Wij zijn de grootste! 

vrijdag 21 februari 2014

Medicijn of placebo, de bibliotheekwet

Er is al veel geschreven over het wetsvoorstel openbare bibliotheken. Zelf heb ik de tekst en de memorie van toelichting meerdere keren gelezen. En elke keer vraag ik mij af waar nou precies de zere plek zit. Want het wringt en het schuurt. Er staan veel mooie woorden in de wet, en toch... ik voel me er niet helemaal lekker bij. En waar zit dat nou in?

Ik ben tot de volgende conclusie gekomen: het zit hem in het taalgebruik. Het door elkaar gebruiken van woorden als taak en functie. En het ontbreken van het woord Doel of doelstelling in de zin van waarvoor de bibliotheek nu precies voor opgericht is, en waarvoor de bibliotheek in de toekomst zal dienen.

Het woord 'taak' wordt vaak gebruikt. Eerst maar Van Dale geraadpleegd: taak (de; v(m); meervoud: taken): werk dat iemand is opgelegd.  
De belangrijkste plek waar we dit woord terugvinden is in artikel 4. 
"Artikel 4. Publieke waarden
Een openbare bibliotheekvoorziening heeft een publieke taak die zij voor het algemene publiek vervult op basis van de waarden onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, pluriformiteit en authenticiteit."

Wat die publieke taak is wordt verder uitgewerkt in de functies, in artikel 5.

Opnieuw Van Dale geraadpleegd:
func·tie (de; v; meervoud: functies): werking: (zoals de werking van de maag). Het woord functie komt op verschillende plekken terug in de tekst (en ook in de kamervragen nav van de wettekst). De belangrijkste plek waarop dit woord wordt gebruikt is in het onderstaande artikel.

"Artikel 5. Bibliotheekfuncties
Een voor een ieder toegankelijke openbare bibliotheekvoorziening omvat in ieder geval de volgende functies:
a. ter beschikking stellen van kennis en informatie;
b. bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie;
c. bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur;
d. organiseren van ontmoeting en debat; en
e. laten kennis maken met kunst en cultuur."

Als ik dit analyseer dan zou je kunnen zeggen dat het woord 'functie' hier niet helemaal juist gebruikt wordt. B en C van het artikel kun je uitleggen als de (uit)werking van een activiteit die de bibliotheek ontplooit. Maar a, d en e straalt passiviteit uit, is aanbodgericht. Er wordt niet gesproken over wat de werking hiervan zou kunnen zijn. Bij het ter beschikking stellen van kennis en informatie wil je als overheid volgens mij bereiken dat je goed geïnformeerde burgers krijgt, die bij kunnen dragen aan de maatschappij, die weloverwogen keuzes kunnen maken, die mee doen aan de democratie. Bij D wil je dat mensen kennis delen, leren zich een mening te vormen en die te uiten (weer die democratie en goed geïnformeerde burgers). Bij E wil je als overheid dat mensen zich cultureel kunnen verbreden, dat ze een gelukkig kunnen worden van kunst en cultuur, de vreugde beleven van een mooi muziekstuk, een prachtig gedicht, zich vragen gaan stellen bij een beeldhouwwerk of schilderij.

En dan het ontbreken van het woord 'doel' in relatie tot de openbare bibliotheek. Het woord staat wel in de tekst, maar niet in relatie tot die lokale openbare bibliotheek, of ik heb er over heen gelezen.

Ook voor dit woord citeer ik eerst weer Van Dale:
doel (het; o; meervoud: doelen): datgene wat je wilt bereiken: zich iets ten doel stellen

Iets over doel en doelstelling kun je terugvinden in het stuk dat gaat over de publieke waarden van de bibliotheek. 
"De publieke waarden van de openbare bibliotheek
De openbare bibliotheek is begin 20e eeuw ontstaan in een tijd van informatieschaarste. Als maatschappelijk antwoord daarop hebben openbare bibliotheken brede collecties van fysieke informatiedragers opgebouwd, die tijdelijk ter beschikking kunnen worden gesteld aan leden. Met hun brede publieksbereik en algemene toegankelijkheid spelen de openbare bibliotheken een belangrijke rol bij de verspreiding van informatie, kennis en cultuur. De overheidsbemoeienis bij het openbare bibliotheekwerk heeft zijn basis in algemene zin in artikel 7 van de Grondwet, in samenhang met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). Deze artikelen waarborgen de vrijheid van meningsuiting en impliceren daarbij de mogelijkheid voor iedere burger kennis te kunnen nemen van informatie. In het Manifest over de openbare bibliotheek heeft de Unesco deze algemene principes vertaald naar opdrachten aan de overheden en aan de bibliotheeksector.6 Deze algemene beginselen hebben hun neerslag gekregen in de bestaande bibliotheekbepalingen. In de wetsgeschiedenis van deze bepalingen wordt de openbare bibliotheek gepositioneerd als publieke toegangspoort tot informatie, educatie en cultuur. De openbare bibliotheek onderscheidt zich daarbij fundamenteel van andere aanbieders van informatie door te functioneren vanuit een aantal publieke waarden: betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, authenticiteit, pluriformiteit en toegankelijkheid. Deze publieke waarden zijn zowel op het fysieke als op het digitale domein van toepassing."

Deze toelichting op de waarden van de bibliotheek zijn er onder andere op aanraden van de Raad van Cultuur in gekomen. Er wordt verwezen naar de grondwet en het recht op vrije meningsuiting. De implicatie dat hierbij ook vrije toegang tot informatie wordt nog eens genoemd. En daar wringt volgens mij de schoen. Er is nergens in de tekst van de wet of de memorie van toelichting een uitleg waarom het zo belangrijk is om die vrije toegang tot informatie te behouden. Er wordt nog wel ergens gewaarschuwd dat als de digitalisering verder gaat er het gevaar bestaat dat bepaalde groepen in de maatschappij verstoken zullen blijven van goede informatie. Wat het gevaar daarvan is, democratisch en economisch, wordt nergens uitgelegd.
www.studiodegarnaal.nl

In deze tijden waarin aan bibliotheken, terecht, steeds meer wordt gevraagd om het maatschappelijk nut en de waarde aan te tonen zou het mooi zijn als de wetgever daar vanuit een diepgevoelde democratische en economische visie,  het voortouw zou nemen. En mooie voorzet wordt gegeven in het rapport Cohen. Misschien hoort een visie niet in een wettekst, geen idee of er een visie op onderwijs in diverse onderwijswetten staat. Een visie op de samenleving zit volgens mij wel verwoord in de Participatiewet,  het kan dus wel. Ik vraag me af of als je als overheid onvoldoende scherp formuleert wat je beoogt te bereiken aan maatschappelijke opbrengst via de bibliotheek of je dan niet een placebo toedient in plaats van een geneesmiddel. En ja natuurlijk, als je hard genoeg gelooft dat je een medicijn hebt gekregen in plaats van een 'verguld' pilletje, dan voel je je in sommige gevallen misschien toch beter. Ik wil de Tweede Kamer en het ministerie en VNG oproepen om toch vooral in te zetten op een goed stelsel, met daaraan gekoppeld een maatschappelijke opdracht en opbrengst. Want goed bibliotheekwerk kan de maatschappij echt beter maken!


vrijdag 7 februari 2014

Persoonlijke impact van de bibliotheek op de levens van mensen

De afgelopen tijd is er veel aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde van de bibliotheek. We moeten een goed verhaal hebben naar de politiek, waarom geld steken in de bibliotheek. Wat kan de bibliotheek bijdragen aan het oplossen of voorkomen van allerlei maatschappelijke problemen. Kansen liggen er op het gebied van de 3D, de decentralisaties vanuit het rijk Jeugdzorg, WMO zorg en Participatiewet.

Het rapport Cohen biedt een flinke steun in de rug aan bibliotheekdirecteuren die zich moeten oriënteren op de toekomst van bibliotheken. De wet op het bibliotheekwerk, en met name de memorie van toelichting bieden ook handvatten. Er staat iets in over de maatschappelijke functie van de bibliotheek, over haar taken en functie in deze tijd. Lezen, leren en informeren in combinatie met ontmoeting en debat en kunst en cultuur. De rol van de bibliotheek als het gaat om de vrije toegang tot informatie, en daarmee bijdragend aan de kenniseconomie wordt onderschreven. Er liggen ook hier genoeg aanknopingspunten om mee aan de slag te gaan, al staat er niet voldoende in om de VNG er van te overtuigen dat een bibliotheek een noodzakelijke voorziening is in je gemeente.

Dat legt de bal van het overtuigen van die gemeente bij de lokale bibliotheekdirecteur. Je kunt mooie berekeningen maken van Social Return on Investment. Gemeenten worden helemaal blij als je kunt uitrekenen dat voor elke euro die in de bibliotheek wordt gestoken, je er op termijn misschien wel 3 of 4 bespaart. Welke bijdrage levert de bibliotheek aan het bestrijden van laaggeletterdheid, het SIOB heeft daar al een mooie monitor voor gemaakt. Wij hebben voor onze gemeenten een mooi overzicht aan prestaties die we relateren aan onze behoeftepiramide. Daarin maken we inzichtelijk wat we leveren, maar veelal in kwantitatieve zin. Pas dit jaar hebben we ook een kwalitatief element opgenomen, waarin we meten hoe de tevredenheid is onder onze deelnemers aan activiteiten. Dat zegt al iets meer. Maar ja, wat is nou het effect. Wat is nou de waarde van wat wij doen? Het beste werkt naar mijn idee een mix van kwantitatief en kwalitatief. Cijfers met mooie, persoonlijke verhalen erbij.

Als je nou wilt weten hoe de maatschappelijke waarde wordt ervaren onder je gebruikers, dan moest je dat maar gewoon eens vragen dachten we toen hier in Kennemerwaard. In ons laatste klanttevredenheidsonderzoek hebben we die vraag dus aan onze leden gesteld. Wat vinden zij de maatschappelijke meerwaarde van de bibliotheek, wat doet de bibliotheek (voor) hen?

Door het lidmaatschap van de bibliotheek    ZMO                  MO                 ME          ZME *
kan ik mezelf beter vermaken                        9,0%                 17,4%          55,2%     18,3%
kan ik gebruik maken van computer, mail      33,1%                42,6%          21,2%      3,1%
kan ik gebruik maken van sociale media        34,3%                45,3%          17,6%      2,7%
ben ik weer gaan leren / studeren                  33,3%                49,7%          15,1%      1,9%
ben ik wijzer geworden                                 12,7%                17,8%          58,7%     10,9%
ben ik met andere mensen in contact gekomen 31,1%             50,1%        17,0%      1,8%
ben ik me minder alleen gaan voelen                37,3%             52,3%            9,0%       1,4%
kan ik beter zelfstandig voor mezelf zorgen      38,2%              51,3%           8,9%       1,6%
heb ik informatie gekregen over activiteiten
binnen de gemeente                                        28,9%              43,7%           25,5%       2,0%
ben ik meer activiteiten binnen de gemeente
gaan bezoeken                                               32,9%              52,2%          13,4%       1,5%
bezoek ik meer andere organisaties als museum,
theater, etc                                                     32,1%             50,4%            15,5%       2,0%
ben ik sneller op de hoogte van specifieke
informatie van de omgeving                             30,3%            46,1%           21,7%       2,0%
ben ik lid geworden van andere organisaties    36,8%            57,3%            4,9%        1,1%
voel ik me meer betrokken bij de omgeving     31,4%            46,6%             20,3%      1,8%
voel ik me meer opgenomen binnen de
omgeving                                                        33,7%            51,5%             13,2%     1,6%
ervaar ik meer saamhorigheid binnen de
omgeving                                                        33,4%            51,9%             13,1%     1,6%
ben ik actiever binnen de omgeving                  34,5%           54,4%             9,6%      1,5%
heb ik snel de juiste weg binnen de gemeente
weten te vinden                                               33,8%            52,6%            12,0%        1,5%

*ZMO=Zeer mee oneens, MO= Mee oneens, ME= Mee Eens, ZME= Zeer mee eens

Ik word van bovenstaande antwoorden heel erg blij! Dat de bibliotheek hoog scoort als het gaat om vrijetijdsbesteding, het recreatieve lezen, dat wisten we natuurlijk al. Maar dat bijna 70% van onze leners vindt dat ze wijzer worden van de bibliotheek! Dat noem ik nou maatschappelijk rendement!

We gaan de komende tijd bezig met ons nieuwe beleidsplan voor 2015-2018. Interessant zal zijn om te zien of de keuzes die wij maken ook invloed gaan hebben op de antwoorden die mensen gaan geven op bovenstaande vragen. Als wij meer aandacht gaan geven aan informatie delen, ook van mens tot mens, als we meer activiteiten gaan doen op het gebied van taalvaardigheden en informatievaardigheden dan moet dat een verschuiving in de scores tot stand gaan brengen. Ik vind veel van de  bovenstaande scores al heel erg mooi, maar we gaan voor hoger!